Categorieën
Huizenjacht

6. Gevonden!

Twee dagen na mijn eerste bezoek ben ik weer teruggegaan naar Petko Slaveykov. Ik heb het dorp bekeken en ben door een binnenweg naar Lovech gereden waar ik heb geluncht. Onderweg was een dorp waar een museum was. Ik ben er gestopt en bekeek het museum wat ooit een herberg was geweest waar dappere mannen bijeen kwamen om op te staan tegen de Ottomaanse overheersers. In de namiddag had ik afgesproken met John en Wilma om weer naar het huis te komen en dit keer was ik uitgenodigd om te blijven logeren. Wilma had een fantastisch avondmaal bereid en tot laat zaten we buiten onder het genot van bier en Rakia die John zelf had gemaakt van de vruchten uit de tuin: Abrikozen, kersen en kweeperen. Ik deed die nacht geen oog dicht maar genoot van de oorverdovende stilte. Ook was het zo donker dat zodra het licht uit was, je geen hand voor ogen kon zien.

Petko Slaveykov

De volgende ochtend ben ik na het ontbijt terug naar Resen Lodge gereden. Ik was verkocht! Ik belde met mijn vrouw en vertelde mijn belevenissen. Ze begreep dat ik mijn keus gemaakt had en vertrouwde er op dat het de juiste keus was. Ik heb nog even een dag gewacht maar heb toen de eigenaars gebeld om te vertellen dat ik het huis zou kopen. Ze lieten me weten dat ze hun makelaar zouden vragen om het voorlopig koopcontract op te stellen. Twee dagen later hadden we afgesproken om alles officieel te ondertekenen en dus toog ik voor een derde maal naar Petko Slaveykov. Daar ontmoette ik Veselin Valchev, de eigenaar van Ideal Homes in Veliko Turnovo.

We kwamen overeen dat ik eind oktober een aanbetaling van 10% zou overmaken en dat de overdracht plaats zou vinden binnen 6 maanden daarna. Dat zou John en Wilma de tijd geven om rustig door te werken aan hun nieuwe huis en na de winter te verhuizen. Bovendien was het voor mij eigenlijk erg vroeg om een huis te kopen wat ik pas een of twee jaar later kon betrekken, dus was er van mijn kant geen haast. In maart 2020 zou dus de definitieve overdracht plaatsvinden en Veselin zou alles regelen.

Zoals iedereen nu weet was de Corona pandemie tegen half december 2019 een feit. De situatie verslechterde met de dag en in maart was reizen niet meer mogelijk. Ik kon dus niet naar Bulgarije met alle spullen die ik in de tussentijd had verzameld om de overdracht persoonlijk te ondertekenen.

Categorieën
Huizenjacht

5. Resen Lodge

In september 2019 ging ik wéér terug naar Bulgarije. Zelfde regio, met een lijstje met 6 huizen: Eén huis in Gradishte, een dorp in de buurt van Pavlikeni, middelgroot stadje in Veliko Turnavo regio, twee huizen in Mihaltsi, vlakbij Pavlikeni, één huis in Petko Slaveykov, een dorpje vlakbij Sevlievo, en één huis in Dobromirka en één huis in Gorna Lipnitsa. De laatste twee huizen vielen al snel af, simpelweg omdat de eigenaren niet reageerden op mijn contactverzoeken.

Ik had 2 weken verblijf geboekt in Resen Lodge, een restaurant annex kamerverhuur, annex evenement-plaats, gerund door een Engelsman, samen met een ex-marine kameraad en diens vriendin. Het was gemakkelijk te vinden als je vanaf Veliko Tarnavo het stadje Resen in rijdt. Ik hoop dat de onderneming het Corona virus zal overleven want ik heb er goede herinneringen aan.

voorbereidingen voor een feest in Resen Lodge

Het eerste huis wat ik bezocht was in het dorpje Gradishte. Het dorp was toch wel iets verder rijden van Pavlikeni dan ik had ingeschat. Ik had afgesproken met een kennis van de eigenaresse, die me het huis zou laten zien. We hadden afgesproken voor de deur van het plaatselijke supermarktje, en elkaar snel gevonden. De man zag er uit alsof hij net wakker was met zijn ontbijt, een blik bier, nog in de hand. Het huis lag midden in het dorp, het had een achtertuin die naar Bulgaarse begrippen klein was en naar Haagse begrippen flink. Het huis zelf was een samenraapsel van losse gebouwen die later met elkaar verbonden waren. Het vormde niet bepaald een logisch geheel. Ik had het dus al snel gezien. In eerste instantie was mijn interesse voor Gradishte ingegeven door een Facebookpagina waaruit je kon opmaken dat er in het dorp tenminste een paar beschaafde Engelsen woonden. Het had ook voldaan aan het criterium van een paar winkels en niet te ver van een stad, in dit geval dus Pavlikeni, maar de afstand was groter dan ik had geschat.

Tussen de huisbezoeken in, ik had er maximaal één per dag gepland, had ik natuurlijk tijd om allerlei dorpen en bezienswaardigheden te bezoeken in en om Pavlikeni. Mijn reisgids van Bulgarije kwam goed van pas. Ik begon met Pavlikeni zelf, een middelgroot stadje wat er redelijk welvarend uitzag. Het centrale plein zag er netjes en onderhouden uit. Aan het plein lagen een aantal cafe’s, een paar winkels en een theater. Het was grotendeels autovrij en het was er gezellig om over uit te kijken vanaf een van de caféterrassen. In de cafe’s werd hoofdzakelijk koffie en bier geserveerd. Eten was heel beperkt en niet om over naar huis te schrijven. Eén dag per week was er markt in Pavlikeni, ik meen op dinsdag. De straten aan een kant achter het plein vormden een lint van stalletjes waar van alles verkocht werd: Schoenen, kleding, groenten, horloges, visgerei en ga zo maar door.

De rand van Pavlikeni zag er minder florissant uit. Er was een vuilstort aan het eind van een weg waaraan Roma hun huisjes hadden. Zoals de Bulgaren hun auto’s voor het huis parkeerden, zo stonden bij de Roma de wagens voor de deur en de paarden in de berm tegenover het huis. Verderop waren wat fabrieken die hoewel ze in bedrijf leken te zijn, toch wel betere tijden hadden gekend.

Ik had een afspraak met een Engelse dame om naar haar huis te komen kijken in Mihaltsi. Het dorp ligt niet ver ten zuiden van Pavlikeni, 7.30 minuten om precies te zijn, dus ruim binnen het criterium. Ik was er al een dag van te voren naartoe gereden om rond te kijken. Als je Mihaltsi opzoekt op Google maps zie je direct de foto’s van het vliegtuig wat als oorlogsmonument in de hoofdstraat op een sokkel staat. Al snel werd duidelijk dat het vliegtuig ook de enige bezienswaardigheid was in Mihaltsi. Een tochtje door de achterafstraatjes leerde al snel dat het dorp grotendeels vervallen was. De allergrootste afknapper vond ik de muziek die de hele dag door uit een gemeentelijke luidspreker klonk op het dorpsplein. Ernaast was ooit een aardig parkje wat nu alleen nog dienst leek te doen als ontmoetingsplaats voor de lokale alcoholisten.

U begrijpt dat ik niet enthousiast was over Mihaltsi. Het huis daarentegen was wel heel netjes en goed onderhouden. Het deed me een beetje denken aan een Frans stationnetje uit vervlogen dagen. De eigenaresse had me toegang gegeven tot een groot assortiment foto’s dus ik had een goede indruk van de staat van het huis. Het zag er echt netjes uit. Helaas was het weer zo’n voorbeeld van een mooi huis op de verkeerde plaats. Mihaltsi was al niet veel, maar het huis lag in een achteraf, onverhard, straatje wat sterk naar beneden afliep richting de hoofdstraat. Regenwater had een geul uitgeslepen in het midden van het weggetje terwijl de zijkanten overwoekerd waren met brandnetels. Er stonden stapels oude kozijnen met kapotgeslagen ramen ergens tegen de muur van een huis.

Ik werd verwelkomd door de eigenaresse en haar man; een Engels stel van rond de 50. Zij verdiende wat bij met oppassen op huizen en dieren, hij maakte zich nuttig als timmerman die keukens en poortdeuren fabriceerde (en niet geheel onverdienstelijk). Wat me niet aanstond was de bierlucht in zijn adem om 3 uur ‘s middags. Ik werd rondgeleid in het huis wat inderdaad netjes onderhouden was. De tuin was helaas een heel ander verhaal; een droge, zanderige vlakte die er onaantrekkelijk uitzag. Om privacy redenen laat ik geen foto’s zien. Zoals u kunt raden was dit niet het huis waar ik op hoopte.

Ik had ook een bezoekje ingepland aan Emen, een dorpje met een “Canyon”. Het bleek een rustig en aardig ogend dorpje waar iemand de moeite had genomen het plaatselijke dorpspleintje op te leuken met bloeiende planten in oude blikken. Het was een liefelijk aanzicht. In het dorp was het stil en de “Canyon” kon ik niet zo snel vinden. Na wat rondgelopen te hebben gaf ik het op, stapte in de auto en reed het dorp uit. Net voorbij een bocht in de weg stond er een bordje. Waterval, stond erop. Ik parkeerde de auto en liep het bos in in de aangeduide richting. Na een paar honderd meter opende zich een adembenemend uitzicht over de “Canyon”.

Emen Canyon

Het laatste huis wat ik zou gaan bekijken was van een Schots stel. Het lag op 12 minuten rijden van de supermarkten in Sevlievo, in het dorp Petko Slaveykov. Met zo’n 1200 inwoners een klein dorp maar met meer inwoners dan sommige grotere dorpen. Er stond dus minder leeg. Ik was er nog niet geweest voordat ik het stel bezocht, maar had duidelijke aanwijzingen gekregen om er te komen. Het huis was licht groen van kleur, en dus niet te missen.

Het groene huis

Het huis lag aan een geasfalteerde weg en er was een grasveldje voor het huis waar ik kon parkeren naast de twee auto’s die daar al stonden. Een voordeur was er niet, wel een traliedeur die toegang gaf tot een gangetje tussen het huis en de schuur. De eigenaars kwamen mij al tegemoet toen ik uit de auto stapte. Een Schots echtpaar van ongeveer mijn eigen leeftijd. Ze stelden zich voor als John en Wilma. We liepen door het gangetje naar de voorzijde van het huis wat uitkeek over de tuin. Er stond een tafel en stoelen onder een pergola van wijnranken waar ik werd uitgenodigd om te gaan zitten. Er werd koffie geserveerd en daarna lieten ze me het huis zien. Een keuken verdeeld over twee ruimtes met houtkachel, badkamertje met toilet en douche, een niet al te grote huiskamer met houtkachel, een ruime hal met daaraan twee slaapkamers van redelijk formaat. Onder de hal en slaapkamers bevond zich een souterrain dat uit drie ruimten bestond. Ik kon er staan maar moest bukken bij de deuren. Naast het huis was een grote schuur met verdieping vanwaar toegang was tot de zolder van het huis. De zolder bestond boven de keuken uit een geïsoleerde ruimte, de rest was niet geïsoleerd maar wel droog en dicht en slechts bruikbaar als opslag.

Na wat gepraat te hebben over het huis boden ze me aan om naar Sevlievo te rijden voor de lunch. We aten in een hotel niet ver van de supermarkten en ‘The Cave’ flat waar ik had gelogeerd. Het werd een gezellige middag. Na Sevlievo liet het stel me allerlei plekjes zien in en rond Petko Slaveykov. Later heb ik nog wat foto’s en video’s gemaakt van het huis en de tuin om met mijn vrouw te delen. Die avond kon ik tegenover mijn vrouw aan de telefoon niet verhullen dat ik erg van dit huis gecharmeerd was. Bovendien waren de eigenaars prettige mensen en was het een geruststellende gedachte dat ze in het dorp bleven wonen waar ze een ander huis hadden gekocht wat inmiddels grotendeels was gerenoveerd.

Twee dagen later ben ik weer teruggegaan naar Petko Slaveykov. Ik heb het dorp bekeken en ben door een binnenweg naar Lovech gereden waar ik heb geluncht. Onderweg was een dorp waar een museum was. Ik was er gestopt en bekeek het museum wat ooit een herberg was geweest waar dappere mannen bijeen gekomen waren om op te staan tegen de Ottomaanse overheersers. In de namiddag had ik afgesproken met John en Wilma om weer naar het huis te komen en dit keer was ik uitgenodigd om te blijven logeren. Wilma had een fantastisch avondmaal bereid en tot laat zaten we buiten onder het genot van bier en Rakia die John zelf had gemaakt van de vruchten uit de tuin: Abrikozen, kersen en kweeperen. Ik deed die nacht geen oog dicht maar genoot van de oorverdovende stilte. Ook was het zo donker dat zodra het licht uit was, je geen hand voor ogen kon zien.

Categorieën
Huizenjacht

4. Shumen

Het hotel in Shumen lag een een straat waar je niet mocht stoppen, laat staan parkeren. Ik kon de auto twee straten verderop kwijtraken en ben twee keer langs het hotel gelopen voordat ik de ingang vond. Ik kreeg een zolderkamer, maar gelukkig met toilet wat ik hard nodig had. Meteen na aankomst ging ik op zoek naar een drogist voor een middel tegen diarrhea. Toen ik dat eenmaal in mijn zak had ontspande ik een beetje. Ik bestelde koffie op een terras, nam een pilletje en daarna doorkruiste ik de stad. Shumen is niet mooi. Er is slechts één winkelstraat, zonder noemenswaardige architectuur. Sterker nog, aan de wandelpromenade, midden in het oude centrum, stond een hoog flatgebouw wat nooit afgebouwd was, en derhalve alweer op instorten stond. Een brede weg met meerdere banen doorkruist Shumen. Er zijn wat meubelzaken langs die weg, maar verder is er niets om over te vertellen. Shumen is vooral bekend om het monument bovenop de heuvel achter de stad; Het monument van de “Stichters van de Bulgaarse Staat”. Je kunt het tientallen kilometers in de omtrek zien, maar hoe je er moest komen werd me niet duidelijk. Naast het hotel zat een Chinees restaurant waar ik vanuit mijn zolderkamer op uitkeek. Het had een soort van binnenplaats waar tafeltjes en stoelen waren opgesteld. Het was er niet overdreven druk maar er was wel regelmatig klandizie. Ik besloot het er op te wagen. Direct toen ik binnenkwam was het voor de Chinezen duidelijk dat ik geen Bulgaar was. Eén van de drie serveersters kreeg het bevel om mij te bedienen, ze was blijkbaar de enige die een paar woorden Engels kende. Ik bestelde iets met rijst en varkensvlees. Het was niet onaardig, een beetje te zoet naar mijn smaak, en veel te veel, maar het vulde en ik dacht dat het weinig kwaad kon voor mijn darmen, die nog steeds niet helemaal tot rust waren gekomen. Het zeer onaangename en ongemakkelijke gevolg van wat duidelijk een voedselvergiftiging was. De meeste tijd durfde ik dan ook niet ver van het hotel af te dwalen zodat ik ten alle tijden in de buurt van een wc was. De volgende dag was er gelukkig enige verbetering. Ik nam toiletpapier mee en een extra onderbroek, voor het geval dat.. Gelukkig had ik mijn voorzorgen niet nodig gehad.

Dichtbij Shumen ligt het dorpje Madara, en dat ligt weer aan de voet van een rotswand met een beroemde reliëf-sculptuur, bekend als de “Madara Horseman”. Een toeristische attractie die duidelijk bewegwijzerd was en zoals gebruikelijk in Bulgarije, belandde je dan op een parkeergelegenheid waar een huisje was waar je een kaartje kon kopen wat toegang tot de attractie verschafte. Er waren ook plekken waar je een ijsje of ander voedsel kon kopen en een museum. Een goed onderhouden pad leidt langs de voet van de rotswand richting het uitgehakte rots-reliëf. De voet van de rotswand had ook dienst gedaan als klooster waar monniken hadden gewoond in talloze grotten. Er was onderweg ook een prachtig rotskerkje in een spelonk

kerkje in een spelonk in de rotswand bij Madara

Ik kan een bezoek aan de rotswand van harte aanbevelen, mocht u ooit in de buurt zijn. Het pad schijnt zelfs helemaal door te lopen naar de top van de rotswand, alwaar een aantal ruïnes liggen met prachtigen vergezichten.

Vanuit de rotswand ontspringt hier het riviertje de Madara
De Madara Horseman
Vergezicht op het dorpje Madara. In de verte op de heuvelrug het monument “stichters van de Bulgaarse staat”, boven Shumen.

Er valt eigenlijk niet veel te vertellen over mijn paar dagen in Shumen. Een van de redenen voor mijn verblijf was de nabijheid van het vliegveld van Varna; ik kon vanuit het hotel in één ruk doorrijden naar het vliegveld, auto inleveren en inchecken. Een paar uur later was ik weer thuis.

Ik had tijdens mijn verblijf in Sevlievo en de talloze bezoeken aan te koop staande huizen mijn vrouw regelmatig foto’s gestuurd van de huizen. Bovendien had ik een dikke map met foto’s en beschrijvingen van de makelaar. Het werd al snel duidelijk dat dit geen succes was geweest. We besloten dat het anders aangepakt moest worden. Ik ben verder gaan zoeken naar te koop staande huizen via Facebook pagina’s waar particulieren hun huizen aanboden. Ook lette ik op de vele Bulgarije pagina’s op opmerkingen van mensen die hun huis te koop gingen zetten. Al met al kwam ik uiteindelijk op een lijstje met een stuk of vijf huizen die ons de moeite waard leken. Met dit lijstje ben ik later in 2019 weer terug naar de regio Veliko Tarnavo/Gabrovo gegaan. Daarover gaat het volgende hoofdstuk.

Categorieën
Huizenjacht

3. Toch nog vakantie

Het waren een paar intensieve dagen geweest vanuit Sevlievo met Yantra Homes makelaardij. (Makelaar is geen beschermd beroep in Bulgarije). Ik had een paar dagen een hotel geboekt in Troyan, een stad ten westen van Sevlievo. Het was een prachtige en ontspannen rit om via Apriltsi in Troyan te komen.

Apriltsi centrum
Paddestoelen te koop onderweg naar Troyan

Troyan zelf leek in eerste instantie minder aantrekkelijk. Ik kwam de stad binnen op een weg langs de ingesloten rivier in een betonnen bak met langszij grauwe Chroetjov flats. Ik had geboekt in Hotel Chateau Montagne, het klonk als heel wat. In dit geval viel dat wat tegen, zoals wel vaker in Bulgarije. Desalniettemin was het in eerste instantie niet slecht. het was een beetje onhandig dat het aan een doodlopend straatje lag met beperkte parkeerruimte, maar er was vriendelijk personeel en ik kreeg een nette kamer. Een voordeel van het hotel was dat er een restaurant was waar ontbijt, lunch en diner genuttigd konden worden. Er was ook een zwembad maar daar had ik nu geen behoefte aan.

Het duizelde nog steeds na van alle impressies van de afgelopen dagen. Ik had een paar fantastische huizen gezien, maar in dorpjes waar nauwelijks iets te koop was en vaak meer dan een half uur rijden van het dichtbij zijnde stadje. Voor oud worden in de toekomst was dat niet praktisch, maar ondanks dat waren sommige aanbiedingen erg verleidelijk.

Na de incheck in het hotel liep ik de stad in. Het was er druk maar de toeristeninformatie was gesloten. Ik vond een terras waar eten werd geserveerd maar iets beters dan opgewarmde pizza was er eigenlijk niet te krijgen. Vreemd dat het er toch zo druk was.

De volgende dag bezocht ik het klooster van Troyan. Het lag buiten de stad en ik moest de auto nemen om het te bezoeken. Ik had de auto geparkeerd op een parkeerterrein voor een winkel en legde de laatste kilometer te voet af. In eerste instantie leek het een beetje een verlaten boel maar dat had waarschijnlijk te doen met het jaargetijde. Rond het klooster was wat bebouwing, voor een deel vermoedelijk restaurants, maar niets was open.

Bebouwing nabij Troyan Monastir

Het klooster zelf was een pareltje, zoals zoveel kloosters in Bulgarije een oase van rust en beschaving zijn op een afgelegen plek.

Troyan Monastir
Ingang naar het klooster
Binnen de muren van het klooster van Troyan
Binnen de kloostermuren

De grootste verrassing moest echter nog komen. De weg liep door achter het klooster een bergvallei in. Uiteraard stroomde er een riviertje door de vallei. De weg slingerde langs het riviertje Cherni Osham door het dorp Oreshak. Ik reed verder tot de weg min of meer dood liep in een pad. Ik was midden in de bergen, het miezerde lichtjes maar het was er zo mooi!

Aan het eind van de weg was een guesthouse.

Op de terugweg stopte ik in het dorpje. Zo vredig! Helaas weer niet de plek voor oudere mensen.

Creatieve schuuroplossing in het dorp Oreshak
Auto met Nederlandse reclame in Oreshak

Die vrijdagavond heb ik diner in het hotel restaurant genuttigd. Ik was een van slechts drie gasten maar het eten was niet slecht. De volgende ochtend ben ik naar Teteven gereden, een stadje in de bergen. Weer een aangename rit met mooie vergezichten. Teteven bleek een pareltje in de bergen. Al snel vond ik het centrum waar een uitnodigend terras over het dorpsplein uitkeek. Het leek alsof de hele stad op zaterdagochtend naar het centrum was gekomen om van een stralende ochtend te genieten. Na de koffie heb ik wat rondgewandeld. Rivier, brug, markt, museum en tot mijn verbazing een hippe bar.

Overdekte markt in Teteven
Teteven centrum
Terras aan het centrale plein in Teteven

Er was een weg door de bergen die terugleidde naar Troyan. ik besloot het er op te wagen. Deze weg ging door een bergpas die met slecht weer gesloten kon zijn maar op deze aangename dag was dat niet aan de orde. Het was desalniettemin een inspannende rit via slingerweggetjes door de bergen. Ik was blij weer in het drukke Troyan aan te komen. Die avond at ik weer in het hotel en voor de volgende dag stond een bezoek aan Lovech in de planning.

De weg van Sevlievo naar Sofia wordt doorkruist door de weg Troyan-Lovech, route 35, dus het was slechts de weg volgen vanuit Troyan en je komt onherroepelijk in Lovech. Een mooie rit ook! Iedere keer verbaasde het me weer dat de wegen zo rustig zijn, zo ook nu. Ik was in de ochtend al in Lovech en parkeerde op een klein parkeerterreintje buiten het centrum. Ook Lovech ligt aan de rivier Osam, wat de oriëntatie gemakkelijk maakt. Mijn parkeerplaats was niet ver van de rivier en een Soviet style brug; Ooit mooi gemaakt maar met inferieure materialen die de tand des tijds niet weerstaan.

Soviet brug over de Osam in Lovech

Wat wel heel prettig was van deze brug was het uitzicht op de wereldberoemde overdekte brug een paar honderd meter stroomopwaarts.

De beroemde brug over de Osam

Het centrum op de linkeroever is een prachtig oud stukje Bulgarije. Ik ben geen expert maar dit is echt de moeite waard als je van architectuur houdt.

Het oude centrum in Lovech
Lovech

Terug naar de auto ging ik natuurlijk door de overdekte brug. Er waren aan weerszijden winkeltjes in de overdekte brug en ik kocht er een tafelkleed voor onze eettafel thuis.

Op de brug in Lovech

Die avond at ik weer in het hotel in Troyan. De volgende ochtend zou ik naar Shumen rijden, om langzaam maar zeker weer in de buurt van het vliegveld van Varna te komen. Ik werd midden in de nacht wakker met diarrhea. Ieder half uur zat ik op het toilet maar ik moest de volgende ochtend wel vertrekken want het volgende hotel in Shumen was al geboekt. Ik dacht dat het wel goed zou komen want er kon eigenlijk niets meer in mijn darmen zitten na afgelopen nacht.

Ik reed over de pas van de Stara Planina van Troyan via Karnare, om vervolgens door “the valley of roses” richting Bourgas te rijden. De rit ging redelijk volgens plan tot ik halverwege overmand werd door slaap. Ik besloot ergens van de weg af te gaan en een rustige plek op te zoeken om een dutje te doen. Ik had het grootste deel van de nacht op het toilet gezeten dus het was niet vreemd dat ik moeite had wakker te blijven. Bovendien was de diarrhea niet over. Bij Karnobat, beroemd voor de wijn, nam ik de afslag richting Shumen, via Smyadovo. Mijn vrouw had op een Russisch forum over Bulgarije een huis te koop gevonden in Smyadovo. Een Russische dame had het te koop aangeboden. Haar ouders woonden daar en zouden bij haar in Balchik intrekken. Ze had op het Russische forum veel moeite gedaan met foto’s, video’s en plattegronden om het huis aan de man te brengen en het had de aandacht van mijn vrouw getrokken. Ik had op mijn beurt veel moeite gedaan om de ligging van het huis uit te vogelen, en dat was me gelukt. Eenmaal in Smyadovo had ik niet veel moeite om het te vinden. Het lag tegen een heuvel aan de rand van het goed onderhouden stadje. Het was inmiddels al verkocht maar toch wilde ik zien wat ik gemist had. gelukkig was het niet zo perfect als de dame het had doen voorkomen; er lagen nog huizen hoger op de heuvel dus veel privacy had je niet in de tuin. Bovendien kon ik al voorzien dat het in de winter best een probleem kon zijn om het stadje in of weer naar boven te komen.

Het huis in Smyadovo

Niettemin blijft Smyadovo me bij als een aangenaam stadje met een mooie omgeving. Golvende velden met Lavendel in de laagvlakte tussen de Stara Planina en de kust.

Van Smyadovo reed ik naar mijn laatste vakantieadres in Shumen. Meer daarover in de volgende post.

Categorieën
Huizenjacht

2. Op pad met de makelaar

Keurig op tijd kwam op maandagmorgen een auto van Yantra Homes voorgereden bij de flat in Sevlievo. Het was voor de medewerker een bekend adres. Er logeerden wel vaker huizenjagers. De map met huizen voor de dag had ik zaterdag al gekregen, en er stonden die dag 5 huizen op het programma.

Dit zou drie dagen zo doorgaan. Van het ene huis naar het volgende in dezelfde regio en in sommige gevallen met meer dan een uur rijden er tussenin. Ik weet allang niet meer hoeveel huizen ik in totaal gezien heb in die drie dagen, maar het waren er heel wat.

Wat al snel duidelijk werd is dat je dus alleen tijd hebt om het huis te zien. De makelaar neemt niet de tijd om met je rond te kijken in het dorp of de omgeving. Dat heb ik dus deels zelf gedaan, door een kop koffie af te dwingen tussen bezichtigingen, of in de avonduren, of de dagen na de bezichtigingen, en bij één huis op de zondag voorafgaand aan de eerste bezichtigingsdag.

Op de zondagochtend was ik naar Kramolin gereden, een dorp nabij de Stambolisky dam. Dat was gelijk al een afknapper want ondanks het vroege uur zaten er bij de twee open dorpswinkels al groepjes Roma die in kennelijke staat waren. Het deed mijn indruk van Kramolin geen goed. De rest van het dorp was ook al niet om over naar huis te schrijven, en nadat ik op maandag het huis in dat dorp had bezichtigd liet ik mijn vrouw weten dat dat huis, één van haar favorieten, het niet zou worden.

Het is echt belangrijk dat je iets van de omgeving ziet als je interesse hebt in een huis. Ik kan me een interview herinneren, lang geleden, met een makelaar in Den Haag die vertelde dat hij een hoop bakstenen op de juiste plaats veel gemakkelijker en voor een betere prijs kon verkopen dan een paleis op de verkeerde plek.

Veel van de huizen die ik in die drie dagen te zien kreeg hadden allerlei nadelen. Bij de meesten was het grootste nadeel dat ze in een dorp zonder of met slechts één klein winkeltje en verder geen zichtbare economische activiteit lagen. Iets wat je zelfs op Google streetview niet kunt zien. (lang niet alle dorpen in Bulgarije zijn geheel of zelfs maar gedeeltelijk op streetview te bekijken)

Eén huis sprong er voor mij uit; aan de rand van het dorp Mladen, ook vlak bij de Stambolisky dam, lag een leegstaand huis. Het leek in een bewoonbare maar verre van perfecte staat. De makelaar leidde me rond; Het kostte enige tijd om het hangslot van het hek open te krijgen maar uiteindelijk waren we binnen de muren van het onroerend goed. Vervolgens moesten we ons een weg banen door een verwilderde tuin om bij de voordeur te komen. Ook daar weer een worsteling met het slot. Eenmaal binnen was het huis redelijk schoon. Alle kamers waren leeg en het was duidelijk dat er jaren geleden gerenoveerd was; kunststof kozijnen, een restant van een moderne keuken een ingebouwde haard die een centrale verwarming aandreef en twee nette badkamers.

Detail van het huis in Mladen

Achter het huis hield het dorp op. Tegenover de voorzijde lag een gemeentelijk weiland waar een paard graasde, aan de achterkant grensde de tuin aan die van de buren. Het was er rustig. De weg langs het huis liep naar de het meer Stambolisky dam, niet geheel onbelangrijk als je van vissen houdt.

Gemeentelijk weiland met paard in Mladen

De makelaar medewerker merkte natuurlijk ook dat ik van dit huis gecharmeerd was. Hij reed me naar de oever van het meer en vertelde dat hij het maaien van de tuin wel voor me kon regelen voor niet al te veel geld. Ik maakte extra foto’s om mijn vrouw te laten zien waar ik geweest was. ‘s Avonds reed ik alleen terug vanuit Sevlievo om in het dorp rond te kijken. Daar begonnen de twijfels. Zover ik kon ontdekken was er slechts één donker winkeltje in een pand wat betere dagen had gekend. Wel liepen mensen af en aan om daar boodschappen te doen maar verder was het “centrum” stil. Ik ging terug naar het huis en liep er aan alle kanten om heen. Ik had natuurlijk geen sleutels dus het bleef bij de buitenkant. Het voelde aangenaam maar nadere beschouwing liet zien dat de elektriciteitsmast waar de stroomkabel van binnenkwam, verrot was en alleen min of meer overeind gehouden werd door de kabels die er aangespannen waren.

De volgende dag, na weer een reeks bezichtigingen, vroeg ik de makelaar medewerker of we nog een keer terug konden gaan naar het huis in Mladen. Weer keek ik er binnen en buiten rond en ontdekte meer gebreken. Ik vroeg ook naar de eigenaar. Kennelijk een Engelsman die teruggekeerd was naar Engeland. Waarom werd niet verteld. Toen begon de makelaar over dat het wel even kon duren aleer de papieren in orde gemaakt konden worden omdat er digitalisering plaatsvond van het kadaster en de eigenaar de benodigde papieren daarvoor nog niet had ingeleverd. Het klonk allemaal tamelijk vaag.

Die namiddag werd ik gebeld door het makelaarskantoor over het huis in Mladen. Er was opeens nog een andere koper en ik moest snel beslissen. Op dat moment ben ik afgehaakt. Helaas is het niet mogelijk volledig op een makelaar in Bulgarije te vertrouwen tot ze tot inzicht komen dat men slechts één meester kan dienen.

Stambolisky dam gezien vanaf de waterkant in Mladen
Categorieën
Huizenjacht

1. Terugkeer

Na mijn vakantie in Bulgarije kwam ik met heel veel indrukken thuis. Sommige positief, andere negatief. Jezelf een objectief beeld vormen van een vreemd land waar je als toerist rondloopt is geen eenvoudige opgave. Op vakantie zie je je omgeving sowieso door een roze bril omdat alles nieuw is en je tegelijkertijd je zorgen even in je thuisland hebt achtergelaten.

Ik had mijn vrouw veel te vertellen, ik had veel foto’s om te laten zien en veel indrukken die ik moest verwerken. Aardige mensen, prachtige natuur, slecht onderhouden wegen, verwaarloosde huizen, vers aangeplante moestuinen, serene kloosters, stille meren, toeristische dorpen waar alleen toeristen rondlopen, stille verlaten dorpen waar bijna niemand (meer) woont, vervallen kerken, zwerfvuil, illegaal gedumpt afval, Lada’s uit het jaar nul, moderne winkels zoals Jysk of Kaufland, Lidl en Metro, maar ook dorpswinkels waar nauwelijks koopwaar was en die voornamelijk dienst deden als café.

Was het een goed land om te wonen? Een afweging was nauwelijks te maken. Uiteindelijk zijn het emoties die de doorslag geven. Verstandig? Waarschijnlijk niet, maar ik moest een besluit nemen inzake onze toekomst. Het besluit werd om verder onderzoek naar huizen te doen om te zien of we iets betaalbaars konden vinden op de juiste plek. Ik probeerde met mijn ratio de beslissing om te gaan emigreren te onderdrukken maar emotioneel zat ik al in mijn tuin voor mijn huis in Bulgarije, genietend van het uitzicht over de bergen onder het genot van een biertje en mij ondertussen nergens zorgen over makend. Yeah, right!

Er volgde een jaar van zoeken op internet naar huizen die ons wel wat leken. Ik had onze prijsklasse bepaald tussen €30.000 en €50.000, de provincie zou Gabrovo of Veliko Tarnovo worden, met de voorkeur voor Gabrovo.

Makelaars zijn er in de regio Veliko Tarnovo en Gabrovo genoeg te vinden op internet. Sommige makelaars zijn Bulgaars, sommige Engels. Ik ga ze hier niet allemaal noemen want het is niet duidelijk of ze over een jaartje nog bestaan. Het lijkt buiten de kust een onzekere business in Bulgarije. Bovendien is hun werkwijze niet erg transparant; veel panden staan op meerdere makelaars-sites geadverteerd, soms voor verschillende prijzen en met verschillende omschrijvingen. Er zijn ook sites die alleen door-linken naar makelaars en zelf geen makelaar zijn, zoals rightmove.co.uk, een site waar huizen over de hele wereld worden getoond. Wat ook een verschil is met Nederland is dat de Bulgaarse makelaars van twee walletjes eten; ze rekenen courtage aan de verkoper en aan de koper. Het is dus niet duidelijk wiens belangen ze behartigen. Wat wel duidelijk is, is dat er honderden huizen, zo niet duizenden, te koop staan in de bovengenoemde provincies, en dat veel van die huizen ook voor langere tijd te koop staan. Kort gezegd, het aanbod is groot en de handel is traag. Een kopersmarkt dus. Mocht je ooit interesse hebben in een huis in Bulgarije, wees je hier dan van bewust. Bied wat jij een huis waard vindt en als de eigenaar meer wil, gewoon weglopen want er zijn zoveel huizen te koop.

Een winkelstraat en muurschildering in Veliko Turnovo
Een winkelstraat en muurschildering in Veliko Turnovo

Samen met mijn vrouw maakte ik eerst lijsten van plaatsen die interessant zouden kunnen zijn om naar een huis te zoeken. Je kunt een huis aanpassen aan je wensen, maar je kunt de plaats waar het staat niet veranderen. Om die plaats te bepalen hadden we een aantal criteria opgesteld: 1. In een dorp met wat winkels, 2. Niet ver van een stad met voorzieningen zoals dokter, apotheek, ziekenhuis, supermarkt(en) etc. Punt 2 was eenvoudig want er zien in de regio’s maar een paar plaatsen die aan die criteria voldoen: Veliko Tarnovo, Gorna Orjachovitsa, Gabrovo en eventueel Sevlievo. De dorpen waar we konden gaan zoeken moesten dus bij een van die vier plaatsen in de buurt liggen. Het criterium “in de buurt” werd een maximum afstand van 10 kilometer.

Wanneer je de bovenstaande gegevens gebruikt om bij makelaars te gaan zoeken, vindt je nog steeds honderden huizen. Bovendien zijn er ook nog sites waar niet alleen makelaars adverteren, maar ook particulieren. Dit zijn handelssites zoals imot.bg of olx.bg Het kostte bijna een jaar om een lijst te produceren die enigszins te behappen was voor een bezoek van 2 weken. Een aantal van de huizen die aan de criteria voldeed stond op de site van Yantra Homes, een makelaar in Veliko Tarnovo, dus die benaderde ik om een afspraak te maken voordat ik af zou reizen naar Bulgarije. Vanaf dat moment kreeg ik iedere keer ongevraagd suggesties voor andere huizen. Het geheel kwam nogal opdringerig over.

steegje in Veliko Tarnovo
Een steegje in Veliko Tarnovo. stijle, nauwe straatjes overal in de oude stad.

Op 16 mei 2019 ging ik weer op reis naar Bulgarije. Dit maal had ik besloten om na aankomst op het vliegveld van Varna direct door te rijden naar het huis van Susan, waar ik de eerste twee nachten zou verblijven. Het was een zware rit, ‘s avonds laat in het donker door de bergen. Het weerzien met Susan maakte alles goed. De volgende dag had ik een afspraak in het kantoor van Yantra Homes in Veliko Turnovo om een overeenkomst te tekenen dat ik courtage zou betalen als ik een huis kocht wat ik via hen had bezichtigd. Ik vond het raar maar niet geheel onredelijk. Ik kreeg een map mee met omschrijvingen van huizen die ik zou gaan bekijken. De eerste dag van bezichtigingen was a.s. maandag, dus ik had nog het weekend om andere dingen te gaan doen. Allereerst had ik een flatje gehuurd voor een week in Sevlievo, de tweede stad in de provincie Gabrovo. Dit leek me een prima uitvalsbasis om huizen te bekijken die daar in de omgeving lagen. Bovendien kon ik hier zelf koken en waren supermarkten dichtbij.

uitzicht vanuit de flat in Sevlievo
Uitzicht vanaf het balkon van de flat in Sevlievo.

Gelukkig was dit niet alleen een oriëntatiebezoek voor een toekomstige woning, maar ook vakantie. Na Sevlievo had ik nog verblijf geboekt in een hotel in Troyan en in Shumen, maar daarover later meer.

Categorieën
wat vooraf ging

11. Regio Gabrovo

Ik had nóg een adres in mijn planning; een Engelse dame had op Facebook geadverteerd dat ze een guesthouse was begonnen en ze zocht natuurlijk klanten. Haar huis was in een héél klein dorpje, een paar kilometer onder Gabrovo. Ze had me route-instructies gestuurd die eindigden bij een reclamebord op de weg van Veliko Tarnovo naar Gabrovo. Daar kon ze me ontmoeten en me de weg wijzen naar Sabotkovtsi. Ik kon Sabotkovtsi inderdaad op mijn papieren kaarten niet vinden maar Google had het wel in de kaart staan. Ik had de coördinaten in mijn TomTom opgenomen. Een straat of huisnummer had ze niet. Ik had uiteindelijk afgesproken dat ik op maandag 21 mei ergens in de namiddag bij haar zou aankomen, ik had dus nog een groot deel van de dag voordat ik bij haar terecht kon.

Een van de beroemdste attracties in de regio Gabrovo is Etar, een etnografisch dorp waar huizen van over heel Bulgarije zijn nagebouwd en waar handwerklieden hun ateliers hadden. Mijn vrouw had contact gehad met iemand die daar werkte en verzekerde mij dat het de moeite van het bezoeken waard zou zijn. Het was die maandag een beetje druilerig weer, het miezerde een beetje uit de grijs bewolkte lucht maar er was nauwelijks wind en echt koud was het niet. TomTom deed zijn werk, leidde me door Gabrovo en even verderop van de E85 af, net voorbij Lyubovo. De weg eindigde in een immens parkeerterrein. Daar was de ingang naar het dorp. Uiteraard moest er toegang betaald worden, maar eenmaal voorbij de kassa was het bijna alsof je een flinke stap terug in de tijd had gedaan. Bijna, want een van de eerste medewerkers die ik zag, zat op zijn gemak naast zijn winkel met handgemaakte messen op zijn mobieltje te appen.

Etar, waterrad en man op mobieltje
Terug in de tijd en toch een mobieltje…

Wat typisch is voor de regio, en voor veel oude Bulgaarse gebouwen, zijn de leistenen daken. Het is indrukwekkend om te zien omdat die daken een enorm gewicht moeten hebben. Het druilerige weer had als voordeel dat het niet erg druk was in Etar en dat de schoorstenen gezellig rookten.

Rokende schoorstenen op oude Bulgaarse gebouwen in het etnografische dorp Etar
Een druilerige dag in Etar

In de winkeltjes was tijdens mijn bezoek weinig activiteit. Zonder bezoekers was er niet veel animo om te handwerken en in mijn leven heb ik eerlijk gezegd wel genoeg kaarsenmakerijen, pottenbakkers, houtbeitelaars en sieradenmakers gezien, dus na wat foto’s naar een van de twee restaurants voor de lunch. Gelukkig had de menukaart een (gebrekkige) Engelse vertaling. Ik bestelde een bonenschotel en kreeg te horen dat de bereiding wel een tijdje zou duren. Gelukkig was het wachten de moeite waard. Na de lunch werd het tijd om richting Sabotkovtsi te rijden. Weer terug richting Gabrovo. Het gemiezer veranderde langzaam maar zeker in regen en de regen veranderde in een hoosbui. In Gabrovo zette ik mijn auto langs de kant omdat ik nauwelijks iets kon zien. De ruitenwissers konden de hoeveelheid neerslag niet meer aan. Na tien minuten hield het op en kon ik met open ramen, om de beslagen voorruit to ontwasemen, verder rijden.

Riviertje langs het dorp Etar
Etar, riviertje langs het dorp

Om Sabotkovtsi te bereiken moest ik een afslag nemen waar het dorp Bozhentsi stond aangegeven. Bozhentsi is een authentiek bergdorpje wat ook behoort tot de top tien van toeristische attracties in de provincie Gabrovo. Ik had nog wel even tijd en besloot Sabotkovtsi nog even voorbij te rijden en eerst nog een bezoekje aan Bozhentsi te brengen. De rit was lastiger en langer dan ik verwachtte en het druilerige weer hield aan. Ook bij Bozhentsi was een groot parkeerterrein. Het was helemaal leeg maar het was duidelijk dat hier in de zomer veel toeristen kwamen. Er was een gebouwtje wat als kassa fungeerde, maar het was verlaten. In Bozhentsi zelf was het al even stil. Eén souvenirwinkeltje was open en daar ging ik naar binnen om even rond te kijken. De verkoopster was een vriendelijk tienermeisje. Ze had weinig te doen vandaag beaamde ze. Uit een soort van medelijden kocht ik een schilderijtje en een paar aardewerken potjes bij haar. Ik nam nog even een foto en ging terug naar de auto. Tot mijn verbazing was nu de uitrit van het enorme parkeerterrein afgesloten met een slagboom. Ik wist zeker dat die open had gestaan toen ik aankwam. Dan maar naar het gebouwtje om te betalen. 25 Stoitinki (een kwart leva, ongeveer 13 eurocent). Ik had alleen een briefje van 20 Leva waar de dame blijkbaar niet van terug had. Ze wuifde me weg en deed de slagboom omhoog. Ik mocht gaan.

Een blik richting het dorpspleintje van Bozhentsi.
Bozhentsi (jammer van die auto)

Na veel bochtenwerk op eenbaansweggetjes kwam ik in het dorpje Sabotkovtsi. Er was een kerkje waar de weg zich splitste, rechts en links langs de kerk. Tijd om mijn gastvrouw, Suzan, te bellen. Ze zei me de weg te vervolgen. Links of rechts om de kerk? Maakt niet uit, zei ze. Ik koos rechts. Na een paar honderd meter stond Suzan op de weg en dirigeerde me naar de kant van de weg, Ik was aangekomen! De weg liep rond en de volgende dag zag ik hoe ik weer links van de kerk uitkwam als ik doorreed.

Zoals zoveel huizen in Bulgarije zag je vanaf de weg alleen een muur en een poort. Eenmaal door de poort zie je pas de voorkant van het huis. Het was een flink huis met een linker- en rechter vleugel. Naar ik later begreep waren het van origine twee huizen die later met elkaar verbonden zijn. Ik kon kiezen tussen twee slaapkamers. Om praktische redenen koos ik de kamer recht tegenover de badkamer.

Het verblijf bij Suzan was heel aangenaam. Omdat ik van tevoren wist dat het een klein dorp was had ik bedongen dat ze ook avondmaaltijden voor me zou koken. Tegen betaling uiteraard. Koken bleek niet haar sterkste kant en bij het afrekenen heeft ze dan ook de maaltijden niet in rekening gebracht. Het mooie aan het verblijf bij haar was dat ik van dichtbij kon meemaken hoe een vrouw alleen zich in een vreemd land staande hield. Suzan was een chaoot van de eerste orde maar de dorpsgenoten hielden een oogje op haar en als ze ergens mee zat werd er altijd wel iets geregeld. Ze hielp enthousiast mee op de jaarlijkse dorpsdag en wandelde iedere avond met haar honden het rondje door her dorp waar ze dan af en toe stil hield bij de oude baba’s die op hun bankjes voor hun huizen zaten. Ze babbelden honderduit zonder een woord van elkaar te verstaan.

Ondanks de stortbui In Gabrovo was mijn auto nog steeds zowel van buiten als van binnen besmeurd met opgedroogde modder. Suzan wist gelukkig raad en reed de volgende ochtend voor me uit naar Gabrovo, waar een poetsbedrijf zat. De eigenaar bekeek de auto en deed een prijsopgave van 80 Leva (ongeveer €40). Ik ging onmiddellijk akkoord. Het zou wel even duren, ik kon de auto in de namiddag pas weer ophalen.

“Wat was je de rest van de dag van plan?”, vroeg Suzan. Ik zei dat ik wel door Gabrovo zou gaan slenteren om de tijd te doden. Ik denk dat ze medelijden met me had en ze stelde voor dat ze me wel ergens heen kon brengen met de auto, ze had eigenlijk verder ook niet veel om handen. We besloten er een dagje uit van te maken. Op naar Buzludzha!

Buzludzha is een bergtop in het Stara Planina gebergte. De communistische partij liet hier in 1971 een gebouw neerzetten als monument ter nagedachtenis aan de historische gebeurtenissen aldaar. Het gebouw, of beter gezegd de ruïne, is wereldberoemd geworden doordat het in films, reclames en fotografieën werd gebruikt. Het is een bizar aandoend gebouw, wat iets weg heeft van een UFO of het vroegere Evoluon in Eindhoven. Het is ook in de wijde omtrek zichtbaar. Inmiddels wordt er een begin gemaakt met het behoud van dit bizarre monument.

toegangsweg naar Buzludzha
Toegangsweg naar Buzludzha. Sculpturen van handen die toortsen vasthouden.

De weg omhoog had duidelijk te lijden gehad van jarenlange verwaarlozing. Het werd een slalom tussen de gaten in het asfalt om bij de top te komen. We passeerden een hotel/restaurant en hoger op de berg, ergens op een vlak stukje, stond een caravan met een tafel ervoor. Een man veerde op van een campingstoeltje toen we langsreden. Suzan stopte zodat we even konden zien wat voor waar hij hier, in the middle of nowhere, te koop aanbood. Het bleken allerlei wijnen en likeuren van vruchten te zijn. We beloofden op de terugweg wat langer te stoppen.

Eenmaal boven was het indrukwekkend om de enorme betonnen ufo van dichtbij te zien. Er stonden slechts twee andere auto’s, dus echt druk kon je het niet noemen. Er was een bewaker die zich voor de gesloten toegangsdeur had geposteerd om er voor te zorgen dat niemand het gebouw zou betreden. Wel liet hij ons door een kier naar binnen kijken. Het was eigenlijk heel triest om te zien dat het gebouw in zo’n slechte staat verkeerde. Het dak zat vol gaten en het eens zo indrukwekkende interieur was volkomen vernield.

Buzludzha van dichtbij. De gaten in het dak zijn duidelijk zichtbaar.
Suzan op de trap naar de ingang van Buzludzha

We hielden het snel weer voor gezien. Op de terugweg hebben we twee plastic kannetjes met vruchtenwijn gekocht bij de man met de caravan en daarna lunch in het restaurant halverwege de berg. Via het Shipka monument zijn we weer terug naar het autopoetsbedrijf in Gabrovo gereden. We moesten nog een uur wachten om de stoelbekleding in het interieur van de huurauto de tijd te geven om te drogen na de schoonmaak. De auto was smetteloos. Ik was zeer verheugd over her resultaat en ook blij dat er blijkbaar geen zichtbare schade aan de auto was. Ik rekende af en we zijn terug naar Sabotkovtsi gereden. Aan de maaltijd die avond heb ik geen herinneringen, maar ik heb ‘s avonds nog lang met Suzan in de tuin gezeten met wat glazen vruchtenwijn.

De volgende dag ben ik op mijn gemak terug gereden naar het Nederlandse stel in Vladimirovo, niet ver van het vliegveld in Varna, waar ik weer mocht overnachten om de ochtend daarna weer de vlucht naar Eindoven te nemen. De vakantie zat erop en ik kwam thuis met een schat aan informatie en het gevoel dat Bulgarije geen slechte plek is om te wonen.

Categorieën
wat vooraf ging

10. Rampdag

Ik was op vrijdag in Arbanasi aangekomen en ik had nog het hele weekend tot ik op maandag naar mijn volgende verblijf zou vertrekken. Zaterdagochtend kreeg ik een soort wentelteefjes als ontbijt, gebakken boterhammen met honing en een stuk kaas wat iets weghad van feta, vergezeld van een glas yoghurtdrank, ayran genaamd.

Apart maar niet onsmakelijk ontbijt

Ik zou het weekend spenderen aan het bezoeken van wat plaatsjes ten noorden en oosten van Veliko Tarnavo. Een van die plaatsen was Draganovo, waarschijnlijk omdat mijn ega positieve verhalen van Russen had gevonden over dit plaatsje. Ik was twee keer op en neer gereden voordat ik het centrale plein vond. Het was nog vroeg in de ochtend maar de eerste mannen zaten al aan het bier. Het was een mistroostig gezicht en ik kreeg er een onprettig gevoel bij. Van het dorpsplein liep ik via een achteraf weggetje terug naar de doorgaande weg waaraan ik mijn auto had geparkeerd. Vervallen kantoorgebouwen met ingegooide raampartijen fungeerden alleen nog als opstelplaats van gsm masten. Het was moeilijk voor te stellen dat er mensen waren die enthousiast zijn over Draganovo.

Achter het dorpsplein in Draganovo
Dorpsplein van Draganovo met wegversperring

Al snel vond ik het tijd om verder te rijden. Vanuit Draganovo vond ik met behulp van mijn navigatie de weg naar Strelec, een onooglijk dorpje wat de moeite van het stoppen niet waard was. Ik besloot mijn weg voort te zetten naar Petko Karavelov van waaruit ik via de doorgaande weg E85 naar Polski Trambesh of naar Veliko Tarnavo zou kunnen. Mijn navigatie stuurde me het dorpje uit over een weg die weinig gebruikt leek, maar volgens de navigatie was het wel de juiste weg. Het was 10 kilometer van Strelec naar Petko Karavelov. De weg werd naar gelang ik vorderde steeds slechter. Veel plassen en gaten en steeds glibberiger. Ik kwam op het punt dat ik dacht dat het niet verantwoord was om nog verder te rijden, maar waar het eigenlijk ook niet zonder risico was om terug te keren. Bovendien kon ik nergens een plek vinden waar ik op dit smalle weggetje tegen de noordhelling van een heuvelrug, had kunnen keren. Precies halverwege sloeg het noodlot toe: Ik kwam vast te zitten in de modder, de auto wilde niet voor- of achteruit meer. De auto was zó ver weggezakt in de modder dat ik het portier aan de bestuurderskant niet meer open kreeg. Ik moest via de passagierskant naar buiten. Het was er doodstil, geen levende ziel te bekennen en het begon lichtjes te miezeren. De weg was eigenlijk niet meer dan een tractorpad. Wanneer ik vooruit keek zag ik geen verbetering, maar hier blijven staan was ook geen optie. Het was in beide richtingen 5 kilometer lopen over deze modderbaan om in een dorp te komen, wat dus minstens een uur zou kosten. Ik nam de situatie op: Het linker voorwiel was tot aan de as weggezakt in de modder, net als de achterwielen. Het rechter voorwiel stond iets hoger. Ik moest proberen om het linkerwiel grip te laten krijgen en ik moest iets doen aan de hellingshoek van het gat waar het wiel in gezonken was. Graven dus vóór het wiel om de helling geleidelijker te maken. In mijn rugzakje had ik een Zwitsers zakmes meegenomen wat nu goed van pas kwam. Ik sneed takken van de struiken langs de weg en plaatste ze in de modder voor het linkerwiel. Instappen, over de versnelling klauteren en proberen. Geen beweging in te krijgen, de band slipte gewoon door. Weer naar buiten klimmen. Takken snijden en graven. Weer proberen, weer geen resultaat. Na een aantal keren proberen ben ik langs de weg gaan lopen en heb ik kiezels verzameld. Die heb ik voor en onder de band gepropt om grip te krijgen. Na twee uur worstelen had ik dan eindelijk het wiel uit het gat, maar daarmee was mijn probleem nog niet voorbij. Ik moest nog 5 kilometer over dit pad om in het volgende dorp te komen. Om te voorkomen dat dit drama zich zou herhalen reed ik telkens zo’n 100 meter, dan stapte ik uit en bepaalde mijn strategie voor de volgende 100 meter; links aanhouden, bij de hobbel rechts aanhouden, etc. Af en toe was mijn devies: Gas geven en vooral vaart houden want als de auto te traag ging zat ik zo weer vast. Al glijdend kwam ik uiteindelijk uit in een weiland waar de weg als spoor in het gras verder ging. Nog één stuk droge modderweg en opeens stond ik voor een nette brug met aan de andere kant het dorp. Al met al hadden deze 10 kilometer mij drie uur gekost. De auto zag er niet uit; zowel van buiten als van binnen zat alles onder de klei blubber die langzaam opdroogde. Zelf zag ik er niet veel beter uit. Terug in het hotel heb ik mezelf gedoucht en ben daarna volledig uitgeput op bed in slaap gevallen.

Op mijn laatste dag in Arbanasi, zondag, ben ik naar Dzuljunica gereden. Ook weer ingegeven door instructie van mijn ega. Tot mijn verbazing was het daar een drukte van jewelste. Politie regelde het verkeer en ik moest ver weg van het centrum mijn auto parkeren. Met het mooie weer was een stukje lopen geen straf. Het was direct duidelijk dat hier iets gaande was; zondagsmarkt. Er werd eten bereid, muziek gemaakt en er waren allerlei kramen, van kleding tot tweedehands schoenen en van distilleerketels tot groenten en kruiden. Het was een gezellig en gemoedelijk gebeuren wat me even het drama van de vorige dag deed vergeten.

Zondagsmarkt in Dzuljunica
Categorieën
wat vooraf ging

9. naar Arbanasi

Mijn verblijf in Elena zat er op. Het volgende verblijf wat ik had geboekt was een hotel in Arbanasi. Kamer met ontbijt in hotel Perla.

Hotel Perla, Arbanasi

Voordat ik verder schrijf wil ik eerst nogmaals benadrukken dat mijn beschrijvingen mijn persoonlijke indrukken zijn en geenszins als objectief waardeoordeel moeten worden gezien. (Dit naar aanleiding van een reactie die ik ontving) Ik heb me gerealiseerd dat een vluchtig bezoek aan een dorp waar ik niemand ken (en soms niemand zag) iets heel anders is dan langere tijd ergens verblijven, zeker als je er iemand kent of contact maakt met de bewoners.

Arbanasi werd geprezen in de reisgids en op internet, dus dit moest echt iets bijzonders zijn. Ik reed een route vanaf Elena naar Mindya, en via Merdanja, Lyaskovets en Gorna Orjahovica naar Arbanasi. Gorna Orjahovica is een stad, de rest zijn eerder dorpen. Lyaskovets was naar mijn smaak een aardig plaatsje met een goed onderhouden dorpsplein. Onderhoud maakt wel het verschil als het om een eerste indruk gaat. Ik heb heel wat dorpen en stadjes gezien in Bulgarije waar de tand des tijds decennia lang ongestraft zijn gang heeft kunnen gaan, met als resultaat vervallen dorpspleinen, verkrotte huizen en vergane glorie. Als je dan in een plaats komt waar wél aandacht is besteed aan hoe het er uitziet, zelfs als dat is gedaan met wat simpele viooltjes in betonnen bakken, maar die er fris bij staan omdat ze iedere dag water krijgen, dan is dat welhaast een verademing.

Fontein in Lyaskovets

Ik reed Arbanasi binnen vanaf een hoog bergplateau waar een zendstation met een imposante verzameling antennes uitkeek over Gorna Oryahovitsa. Iets verderop was een wanstaltig bouwwerk neergezet wat een kasteel moest verbeelden maar het overduidelijk niet was.

Zendstation bij Arbanasi
Tja, een kwestie van smaak…

Het hotel had ik ditmaal snel gevonden. Alleen leek het verlaten op een werkster na, die blijkbaar wel wist dat ik zou aankomen die dag. Ze gaf me een sleutel en maakte met gebaren duidelijk dat ik naar boven moest, 2e etage kamer 14. Koffer uit de auto halen en lekker even opfrissen voordat ik wat te eten zou gaan zoeken. Een lift was er niet, dus werd het tillen naar boven. De kamer (en-suite) had een balkon met uitzicht over de achtertuin met leeg zwembad. Gelukkig was er ook een koelkastje. Het hotel had betere tijden gekend, dat was duidelijk. Misschien dat het niet eens zo lang geleden was gebouwd of gerenoveerd, maar met goedkope materialen die niet erg duurzaam waren. Wat belangrijk was, was dat het er rustig was, een comfortabel bed had en dat ik ontbijt zou krijgen de komende dagen.

Welkom in Arbanasi

Het was tijd voor een late lunch, dus was het zaak om het centrum van dit dorpje te vinden. Dat bleek gelukkig niet moeilijk en redelijk dichtbij. Eetgelegenheden, schouder aan schouder en aan beide zijden van de straat. Ondanks dat alles open was leek er maar weinig klandizie. Ik maakte een keus en stapte een restaurant binnen waar ik iets te eten bestelde. Gelukkig stonden er foto’s bij de gerechten en ik koos voor iets wat een stoofschotel leek met bonen. Al met al smakelijk, vooral met een goed glas koud bier.

Bier, er is geen gebrek aan in Bulgarije. Nou ben ik niet meer zo’n bierdrinker sinds ik op mijn gewicht moet letten, maar hier is een koud biertje drinken heel aangenaam. Deze eerste dag in Arbanasi was op 18 mei 2018. Toen ik een dikke week geleden uit Nederland vertrok was het 12 graden, hier is het 24 graden en het is pas lente. De echte warmte moet nog komen. Mijn vrouw had bepaald dat ik Kamenitza bier maar eens moest proberen want volgens de Russische social media was dat een goed biertje. Gelukkig is het ook een van de meest verkochte bieren en dus overal verkrijgbaar.

Kamenitsa 1881

Terug naar Arbanasi. Het leek er op dat er maar een paar wegen begaanbaar waren voor auto’s, de rest bestond uit steegjes met middeleeuws plaveisel. Eigenlijk deed heel Arbanasi erg middeleeuws aan, 13e eeuws om precies te zijn. In die tijd moet het gesticht zijn. De huizen, voor zover ze zichtbaar zijn vanaf de weg, ogen indrukwekkend in hun pracht en praal. Het was duidelijk dat Arbanasi ooit (en wellicht nu nog) een welvarend stadje was. Helaas, als je door de steegjes slentert, is het vaak lastig om te zien wat er zich achter de hoge muren aan de straatkant bevindt.

Gregori Kondilarov steeg in Arbanasi

Buiten de restaurants zijn er verschillende huis-musea en er is een prachtig kerkje, de geboortekerk, maar je mag de er niet in fotograferen. Buiten deze kerk zijn er volgens de reisgids nog 6 kerkjes. (Arbanasi is blijkbaar groter dan ik dacht) Hier en daar zijn souvenirwinkeltjes. Ook liep ik langs een dame die op een doek wat souvenirs had uitgestald (kettinkjes, geweven bandjes en andere prullaria, vermoedelijk made in India) en ik zag een man in klederdracht met een accordeon, die een sigaretje stond te roken. Al snel werd duidelijk waarom deze lieden zich her en der strategisch hadden opgesteld: Waar je het dorp in komt is een plein wat groot genoeg is om een paar touringcars te parkeren. Hier wordt met enige regelmaat een buslading Aziaten geloosd en vakkundig opgevangen door een gids die de horde Chinezen of Japanners vervolgens langs de voornaamste bezienswaardigheden leidt. Zodra de groep ergens een hoek om wordt geloodst begint de muzikant te spelen, worden de prullaria op het kleed geschikt en staan de verkoopsters in de deuropeningen van hun souvenirwinkeltjes klaar om de naïeve toeristen naar binnen te lokken. Het was een geoliede machine die door jarenlange ervaring bijna als vanzelf liep. De touringcar rijdt ondertussen naar het andere einde van het dorp waar de horde na een restaurantbezoek weer de bus in wordt geloodst. Tegen die tijd staat de volgende bus alweer op het plein om zijn lading Aziaten te lossen.

Tijd om terug te gaan naar het hotel. Ondertussen waren er nog twee mensen verschenen, een jonge dame die redelijk goed Engels sprak en vertelde dat ze 6 jaar in het Verenigd Koninkrijk gewoond had, en die mij voorstelde aan een gezette man die aan een tafeltje in de eetzaal zat te roken. Hij was de eigenaar van het hotel. Hij trok een stoel naar achteren en gebaarde dat ik moest gaan zitten. Hij riep iets naar een deuropening achter in de eetzaal, waarschijnlijk de ingang naar de keuken, van waaruit de werkster verscheen met een glaasje. Ik kreeg Rakia ingeschonken uit een wijnfles. Geen legale Rakia maar eigen stook. Op de televisie was een voetbalwedstrijd aan de gang waar de man blijkbaar naar zat te kijken. Hij sprak geen woord Engels, maar toch hadden we enigszins een gesprek. Hij was in zijn jonge jaren ook voetballer geweest, daarna was hij politieagent geworden en na zijn pensioen had hij het hotel gekocht. Hij bevestigde mijn vermoeden dat ik de enige gast was. Het restaurant was derhalve nog niet geopend deze tijd van het jaar. Komend weekend zou het wel drukker worden. Ik vroeg om een glas wijn, dat kon gelukkig wel. Daarna ben ik naar mijn kamer gegaan om nog even van de namiddagzon te genieten op het balkon, een middagdutje te doen en daarna weer naar een restaurant om wat te eten. De WiFi werkte wel, dus even de vrouw op de hoogte gebracht van mijn omzwervingen en daarna op tijd naar bed.

Arbanasi, guesthouses, restaurants en antiekwinkels die souvenirs verkopen.

Mijn verdere verblijf in Arbanasi en de uitstapjes die ik van hieruit naar de oostelijke en noordelijke delen van de provincie Veliko Tarnavo ga maken, beschrijf ik in mijn volgende blog.

Categorieën
wat vooraf ging

8. De bergpas naar Sliven

Bulgarije wordt van oost naar west in tweeën gedeeld door de Stara Planina bergketen. Vanuit de regio Veliko Tarnavo en zeker vanuit de provincie Gabrovo is de bergketen allesoverheersend aanwezig. Beide provincies liggen aan de noordzijde van het gebergte. Volgens mijn ega is het aan de noordzijde beter toeven dan aan de zuidkant, omdat het in het zuiden nog warmer is dan in het noorden. Aan de zuidkant van de Stara Planina keten ligt een vallei, die de vallei der rozen wordt genoemd. Je raad het al, hier groeien rozen. Niet de rozen zoals dat leuke struikje in de tuin, maar kilometers en kilometers aan velden met rozenstruiken. Ze worden gekweekt om er rozenolie van te maken, een beroemd en traditioneel Bulgaars exportproduct. Het Stara Planina gebergte heeft een aantal pieken van meer dan 2000 meter hoog, de hoogste is Botev peak met 2376 meter. Er is maar één manier om erachter te komen of het gras aan de andere kant groener is, en dat is door er te gaan kijken! In mei is het goed te doen om een van de bergpassen over te rijden naar de zuidzijde van het gebergte. (In de winter kan dat wel anders zijn, te oordelen naar de waarschuwingsborden langs de bergpas)

Vanuit Elena volgde ik route 53 richting Sliven, dat aan de andere kant van de Stara Planina ligt. Hoe hoger je komt, hoe mooier de vergezichten.

Stara Planina

Het werd een indrukwekkende rit waarbij af en toe het kleine motortje in de Citroën moeite had om de auto bergopwaarts te trekken. De grootste uitdaging werd echter om veilige parkeerplaatsen te vinden om hier en daar een foto te maken.

Een van de zaken die mij echt opvielen bij het autorijden in Bulgarije zijn de waterbronnen langs de weg. Ze zijn niet bepaald een zeldzaamheid. Ieder dorp heeft er minstens een, en langs de wegen zie je ze met enige regelmaat. Het was me al een aantal keren opgevallen dat er mensen stopten om hun flessen met water te vullen en ik heb meermaals gezien dat mensen met aanzienlijke hoeveelheden grote watercontainers bij zo’n bron hun huiselijke drinkwatervoorziening bijvulden. Ik volgde hun voorbeeld. Het water smaakt over het algemeen prima en is kraakhelder (en heel koud)

Waterbron in de bergen

Sliven zelf bleek gewoon weer een drukke stad met trolleybussen en veel Chroetjov flats (de grauwe, Sovjet-stijl flats). Ik ben er alleen gestopt om op de kaart te kijken hoe snel ik hier weer uit kon komen.

Sliven

Eenmaal aan de andere kant van Stara Planina kon ik niet echt een verschil in temperatuur merken met de noordzijde waar Elena ligt. Ik zocht mijn weg naar de volgende bergpas om weer terug naar Elena te rijden. Hiervoor reed ik een veertig tal kilometers door het dal. Na Sliven was de rust hier een verademing. In dit deel van het dal heb ik geen rozenstruik gezien. Toen ik ergens was gestopt om mijn meegenomen boterhammetjes op te eten sloeg ik een tafereel gade van enige onenigheid tussen twee koeienherders, een nog veelvoorkomend edel beroep in Bulgarije. Herder A had zijn koeien geweid in een boomgaard langs de weg waar ik geparkeerd stond. Het leek me een weldoordachte symbiose; De koeien graasden het gras in de boomgaard kort en bemestten tegelijkertijd de aarde. De eigenaar van de boomgaard kreeg zijn gratis maai- en mestbeurt en de herder gratis voedsel voor zijn kudde. Herder B had eenzelfde gang van zaken in gedachte en doordat de weg enigszins hoger lag dan de boomgaard en het land aan de andere kant van de weg, zag hij niet op tijd dat de boomgaard al bezet was door de kudde van Herder A. Twee kuddes bij elkaar brengen is kennelijk geen goed idee, want toen herder A de aankomende kudde gewaar werd zette hij het al schreeuwend op een rennen om de kudde van herder B af te buigen naar een achterliggende weide. Na een korte woordenwisseling tussen beide herders ging het leven in alle rust verder.

De kudde van herder B steekt de weg over

Na de overpeinzingen over de uitdagingen van het herdersbestaan was het tijd om verder te rijden. Ik reed bij het dorpje Tvarditsa weer de bergen in. De zuidkant was hier minder stijl dan de noordkant, waar ik middels vele haarspeldbochten weer afdaalde in de Veliko Tarnavo provincie. Een prachtige rit die me bij zou blijven, niet alleen in gedachten en foto’s, maar ook door de vermoeide armen van het draaien aan het stuur. Bergen zijn mooi om naar te kijken, en als je ze ziet wil je naar de top. Maar je bent ook blij als je weer beneden staat. Ik althans wel!

Stara Planina gebergte

In de volgende blog verken ik wat dorpen/stadjes in de Veliko Tarnavo Provincie